Weerkaarten

Uitleg over hoe je een weerkaart leest, zie onder aan de pagina

KNMI hirlam weerkaarten

 

Britse MetOffice Bracknell weerkaarten

Uitleg Weerkaart lezen

Bron: KNMI

Isobaren

Isobaren zijn lijnen die gebieden met eenzelfde luchtdruk verbinden. De getallen geven de hoeveelheid luchtdruk aan in hectoPascal (hPa) of millibar. Een luchtdruk van minder dan 1013 hPa is een lagedrukgebied. Alles boven de 1013 hPa is een hogedrukgebied. Je ziet op de weerkaart dat het westen van Ierland, midden op de Atlantische oceaan een lagedrukgebied bevind. De isobaren liggen hier ook nog eens dicht op elkaar. Het waait hier dus hard. De isobaren boven Spanje en Frankrijk en Noord-Afrika liggen verder uit elkaar. Hier waait het dus minder hard. Isobaren vormen meestal cirkels.

Hogedrukgebieden en lagedrukgebieden

Luchtdrukgebieden kun je dus herkennen aan het getal op de kaart. Hogedrukgebieden worden ook aangegeven met een hoofdletter H. De lagedrukgebieden worden aangegeven met een hoofdletter L. Een hogedrukgebied zorgt vaak voor mooi rustig weer. Bij een lagedrukgebied is de kans op bewolking, neerslag en wind groter.

Bij een hogedrukgebied waait de wind met de wijzers van de klok mee rond het gebied (rechtsom). Bij een lagedrukgebied waait de wind juist tegen de klok in (linksom).

Fronten

Op de weerkaart kun je drie soorten fronten zien; koufronten, warmtefronten en occlusiefronten. Een front geeft de scheiding tussen de twee luchtsoorten aan. In alle gevallen zal de warme lucht stijgen.

Een koufront ontstaat wanneer de warme lucht door de koude lucht wordt verdrongen. De koude lucht schuift dan onder de warme lucht, waardoor de warme lucht gaat stijgen. Bij een koufront is er vaak sprake van korte hevige buien.

Een warmtefront ontstaat wanneer de koude lucht wordt verdreven door de warme lucht. De warme lucht schuift in die situatie over de koude lucht heen. Bij een warmtefront regent het vaak langdurig maar niet heel krachtig.

Een occlusie ontstaat wanneer de koude lucht de warme lucht dan heel snel verdringt. De beide luchtsoorten draaien dan als het ware in elkaar. Het occlusiefront wordt op de weerkaart aangegeven met een paarse lijn, met bollen en pijlen. Een depressie is het lagedrukgebied in de zone waar fronten met elkaar botsen. Op de weerkaart  zie je dat er midden op de Atlantische Oceaan een occlusiefront is ontstaan. Een koufront en warmtefront zijn in elkaar gedraaid. In deze draaiing ligt ook nog een lagedrukgebied. Er is daar sprake van een depressie. Ten zuiden van Ierland zie je ook nog een occlusiefront aangegeven met een depressie.

Buiengebieden

Op een weerkaart worden ook buiengebieden aangegeven. Wanneer er sprake is van een buiengebied in een warme lucht wordt gebruik gemaakt van een rode streep. Een buiengebied in een koude lucht wordt aangegeven met een blauwe streep.